Over het leven dat gegeven is

Door Aart Mak

Terwijl ook deze week bekende mensen stierven, u hoorde zo-even iemand met liefde gememoreerd worden, was er de afgelopen week ook dat debat dat gezien kan worden als een afgeleide van het sterven van mensen. In de Eerste Kamer werd tot de hele dag tot in de nacht gesproken over een initiatiefwet over orgaandonatie. Dat gesprek wordt binnenkort voortgezet en nog weer later zal de stemming plaatsvinden. Het gaat om een bij wet vastgelegde afspraak dat burgers van Nederland bij hun sterven gezonde organen afstaan, tenzij zij bij leven hebben aangegeven dat zij dat niet willen. Het is een wetsvoorstel van Pia Dijkstra dat het met de kleinst mogelijke meerderheid haalde in de Tweede Kamer en dan nog bij ontstentenis van een kamerlid dat door een niet rijdende trein niet op tijd was voor de stemming. In de discussie in de Eerste Kamer draaide het vooral om de rol van de nabestaanden. Als die na het sterven van hun familielid of vriend niet willen dat er organen worden weggehaald, gaat het dan ook niet door? Dan gaat het niet door, zei mevrouw Dijkstra en ze wees op de praktijk die overigens ook werd bevestigd door artsen. Artsen zullen nooit iets doen tegen de zin in van familie, ook al had de overledene bij leven aangegeven dat het wél mocht gebeuren. Waar het bij de senatoren om ging, was het juridische punt of de rol van de familieleden nu wel of niet in de wet moet worden vastgelegd en of die rol vastgelegd moet worden als een vetorecht.

Waar het in mijn opvatting over moet gaan, is de hoge nood bij mensen die wachten op een orgaan. Daar zit de pijn. Er zouden, zo wordt al jaren gezegd, veel meer Nederlanders moeten zijn die een briefje hebben ondertekend waarop staat dat er na hun dood een hart, een nier, long of lever en zoveel meer mag worden gebruikt. Maar dat doen mensen niet, zo’n briefje aanvragen en ondertekenen. Omdat mensen het al moeilijk vinden iets op papier te zetten over hun eigen dood ooit. Maar ze vinden het desgevraagd wel belangrijk dat andere nu ernstig zieke mensen een beter en in elk geval langer leven kunnen leiden door de inbreng van een orgaan van een ander. Vandaar dus die wet. Ik sta daar achter. Dit is een vorm van naastenliefde, een nuchtere poging om de wens van velen werkelijkheid te laten worden, een bewuste daad om het leven van anderen beter te maken als jij niet meer leeft, een logische lichamelijke erfenis voor een onbekende ontvanger. Vroeger vond ik dat niet. Toen vond ik het belangrijk dat een mens geen lichamelijke zak is waaruit allerlei kostbaars kan worden gehaald. Daarmee zouden we de mens te materialistisch behandelen. Als was hij een machine met losse onderdelen. Zo dacht ik. Daar sloot ook bij aan de opvatting van enkelen dat een orgaan ook drager is van de persoon van wie dat orgaan is. Een hart transplanteren is niet alleen een complexe spier overplanten maar ook een deel van de ziel van de donor overbrengen op de ontvanger. Nu denk ik: dat zou kunnen zijn, weten wij het, maar is dat juist ook niet het leven? Wij besmetten elkaar met zoveel van onszelf, denk alleen al aan de opvoeding, de liefde, de buren, de vreemdelingen in onze samenleving. We zijn voortdurend aan het mengen. En nogmaals, de nood van degenen die het zonder de implantatie van een orgaan van een ander niet halen, is schrijnend genoeg om niet te geven wat je hebt, zelfs na je dood.

Ik zou er nog van alles over kunnen zeggen. Want ook deze discussie bewijst dat we met elkaar tegen de grenzen van het individualisme oplopen. Dat geldt voor het roken waar de afgelopen week bekend werd dat artsen en het AVL en andere ziekenhuizen een proces willen aanspannen tegen de tabaksindustrie. Vroeger zeiden we dat ieder dat voor zichzelf moest weten. Nu lijkt het tij te keren. Dat geldt voor de gezondheidszorg in het algemeen. Als je gebruik wilt maken van de collectieve voorzieningen, zul je daar ook de verantwoordelijkheid voor je eigen levensstijl voor moeten nemen. En denk ook aan het klimaat. Het is allang voor velen en voor sommigen nog steeds niet duidelijk dat we niet meer onze ongebreidelde gang kunnen gaan. Willen we als enkeling toekomst hebben, dan moet de samenleving de vrijheid van die enkeling mogen beperken. In die omslag van de tijd leven we mijns inziens. En wat de christelijke traditie over orgaandonatie  te zeggen heeft? Ik las ergens een merkwaardige discussie tussen theologen of de bijbel nu wel of niet orgaandonatie toestaat. Toch weer die autoriteit. Toch weer dat rationele gediscussieer. Mij lijkt het wijzer om een van de grote inzichten van o.a. het christendom te herhalen. Ik zeg dat wel eens hardop bij een uitvaart, zoals afgelopen vrijdag nog. Niemand weet wat leven is / alleen dat het gegeven is / en dat van dit geheimenis / God het begin en einde is. En als je dan je leven dat gegeven is bij je sterven teruggeeft aan God, retour afzender, zou ik niet goed weten waarom je bij die gelegenheid ook aan een enkel mens voor de laatste keer dat je dat kunt doen, geeft wat deze hard nodig heeft om een beetje normaal te kunnen leven.

 

Terug naar overzicht…

Tweets van Aart Mak

Diensten Dorpskerk Bloemendaal

lees meer