Dit gaat om macht, suffie! (naar een uitspraak van Bill Clinton)

Door Aart Mak

In wat de vorige keer toch wel op een litanie leek, zei ik in feite dat het demasqué van een toch al onmogelijk christendom aanstaande was. En ik wees op het overal opduikende misbruik van kinderen en vrouwen, op het  geworstel met zogenaamde goddelijke geboden, op de angst voor gevoelens en op het al met al overheersen van onvermogen om zich aan de moderne tijd aan te passen bij godsdienstige mensen. Niet de Martin Luther Kings en de Oscar Romero’s, maar de Gijssens en de Glashouwers hebben het voor het zeggen gekregen. Lijkt het! En omdat ik ook wel weet dat eenzijdigheid nooit de laatste waarheid kan zijn, eindigde ik met de opmerking dat er ook een andere kant aan dit verhaal zit. Die andere kant is er en daar zal ik zo wat over zeggen. Maar eerst wat ik afgelopen dinsdag in een interview in het dagblad het dagblad Trouw tegenkwam. In een uitgebreid gesprek met Jenny Schneider –Van Egten, één van de eersten die in de kerk over seksueel misbruik begon te spreken, zegt zij iets heel kenmerkends. Ik citeer het graag volledig: ‘Ook ging zij mee naar een kerkelijke tuchtrechtprocedure met een vrouw die tijdens haar opleiding tot predikant was misbruikt door de mannelijke predikant die haar begeleidde. “Dit gaat over macht,” zei ze tegen een ouderling. “Nee,” reageerde hij, “dat onderwerp gaan we hier niet behandelen.” Nog steeds is dit het grote pijnpunt in de kerk, zegt Schneider resoluut. “Mensen hebben niet door hoeveel macht ze hebben over het leven van de ander. Het probleem is de vanzelfsprekendheid van de macht, waarvan wordt geloofd dat deze door God gegeven is. Daar komt bij dat zowel een gezin als een kerk een gesloten gemeenschap is.”

Dit is volgens mij de spijker op z’n kop. Het draait in veel kerkelijke organisaties om macht, terwijl het woord macht niet gebruikt mag worden (een taboe omdat Jezus hierover opmerkelijke dingen zei) en om geslotenheid, terwijl elke kerkelijke gemeenschap zegt heel open te staan voor buitenstaanders (uiteraard want dat moet). In deze schijncultuur ligt misbruik voor de hand. Want als het van god gegeven is, wie ben jij dan om daar verzet tegen te bieden? En als jou verteld wordt dat je je nest niet mag bevuilen, waar haal je dan de moed vandaan om er anderen van buiten bij te halen? Hier zijn dus vrouwen en, god betere het, ook kinderen het eerste slachtoffer. Zolang in veel christendom nog geloofd wordt dat god en dat wat god wil hoger staat dan onze eigen opvatting over wat moreel goed is, gaat het fout. Dan krijg je ouderlingen die zich overal mee bemoeien en pastoors die niet durven toegeven dat het celibaat voor hen niet te doen is. In het beroemde verhaal in het bijbelboek Genesis staat dat aan Abraham gevraagd wordt zijn zoon Izaäk te binden en dus te offeren. Dit verhaal loopt dan wel goed af, Izaäk gaat niet dood, maar ik wil de gelovigen niet de kost geven die nog steeds vinden dat je moet gehoorzamen omdat God het van je vraagt, zelfs als dat tegen je eigen besef van goed en kwaad indruist. Hier zit het op vast. Als geloven betekent dat de rechten van de mens strijdig kunnen zijn met het zogenaamde gebod van god, is dat het begin van alle ellende waar zaken niet aan het licht mogen komen.

Goed, nu de andere kant. Ik denk aan de vele mensen, in of deels buiten de georganiseerde geloofsgemeenschappen die ik tot nu toe ben tegengekomen en die in mijn waarneming echt gelovig zijn. Mensen die leven met een ideaal, innerlijk in gesprek zijn met iemand die zij god noemden, zich laten raken door mensen en hun zorgen in hun eigen omgeving of in de wijde wereld. De meesten van hen hebben pijn geleden, bij sommigen is het ego vergruizeld, ze hebben allemaal verliezen geleden, en toch zijn ze er sterker dan ooit uit tevoorschijn gekomen. Bij die mensen denk ik altijd aan de 13e apostel die zich de kleine (Paulus) noemde en zei: ‘Niet ik leef, maar Christus in mij.’ Die mensen zijn meestal de gehoorzaamheid voorbij. Ze hebben hun eigen kompas gevonden en gebruiken dat. Een paus, een kerk of een christelijke groep is in hun ogen alleen goed voor zover deze opkomt voor meer rechtvaardigheid, werkelijk om de armen geeft, zoals deze paus doet, en zich verzet tegen kwaadaardige machthebbers, al die dingen. Dit zijn wat ik de oecumenische christenen ben gaan noemen. Dat zijn gelovigen die niet meer kerk-centrisch denken maar gewoon, klein of niet  georganiseerd, vooral deel zijn van de mensheid en alle lief en leed die daarbij horen. Ja, dit is een pleidooi voor een bestaan in de marge. Niet als gelovige, maar als kerkelijke organisatie. Anders gebeuren er ongelukken. En die ongelukken gebeuren omdat overal waar mensen samen iets willen, het ook altijd om macht gaat. Een godsdienst heeft die macht zogenaamd uitbesteed, maar omdat de onbekende machthebber die god wordt genoemd niet aan tafel zit, is er des te meer sprake van machtsuitoefening, door een goddelijke gezant, door een uitlegger van een door god geven boek, door een door oude gezelschappen heilig gemaakte traditie. Dat is macht zonder tegenspraak. En dat gaat een keer fout. En dat gebeurt overal.

En natuurlijk, ik ben ook maar een enkel persoon. Twintig eeuwen christendom blaas je niet omver, inderdaad, ik zeg het tegen sommigen  die reageerden. Maar dat wil ik ook helemaal niet. Ik wil wel iets anders, een vraag stellen. Deze vraag: waarom zou je in deze misschien wel grootste crisis sinds de reformatie nu eens niet het nieuwe begin willen zien? Dit lijkt het einde te worden van een onmogelijk christendom, maar kan tegelijkertijd het begin worden van een christelijk geloof dat zich niet afzet tegen nieuwe inzichten maar die omarmt, een christendom dat mensen en hun grote variëteit in allerlei opzichten serieus en beter nog, voor lief neemt, een christendom dat glimlachend en volhardend tegenwicht biedt tegen de dodelijke ernst van de harde, mensen en dieren uitbuitende geldmachines, een christendom dat helpt om te genieten van wat zich als leven aandient, een christelijk geloof dat uitstraalt waar het in de kern in godsdienst omgaat: het levenslange gevecht met je eigen ik en hoe je je hart dag in dag uit opent voor je medemensen. En dan moet je van mening met elkaar kunnen en mogen verschillen. En soms ook geen idee hebben van waar je vandaan komt en hoe je ooit verder moet gaan. En zelfs geen idee hebben of god nu wel of niet bestaat, in de ouderwetse betekenis van het woord. Maar dat is wat ik geestelijk leven noem. Dat is leven, onzeker en dapper, gewoon en diepgaand, pijnlijk en gelukkig, en altijd in de marge…

Terug naar overzicht…

Tweets van Aart Mak

Diensten Dorpskerk Bloemendaal

lees meer