Alles is veel voor wie niet veel verwacht

Door Aart Mak

De afgelopen week werd het gaandeweg steeds mooier weer. Het voorjaar lijkt eindelijk begonnen. Ik had op een morgen zitten praten met collega’s in de pastorie van De Rijp, een prachtig dorp aan de noordzijde van de Zaanstreek en Waterland. Het gesprek ging over God en het leven van alledag. Daarover vertel ik zo meer. Eerst wat mij op de terugweg overkwam. Mijn navigatiesysteem bracht mij naar het Noord-Hollands kanaal. En daar stond ik ineens in de schrale voorjaarszon op een veerpontje, met plek voor twee auto’s en een stuk of wat fietsen. Ik moest denken aan de dichter Jacques Bloem die, naar hij zelf schrijft op een miezerige morgen, verregend en wel, domweg gelukkig was in de Dapperstraat. Het mooiste vind ik het derde deel van het sonnet dat ik nu citeer: Alles is veel voor wie niet veel verwacht. / Het leven houdt zijn wonderen verborgen / Tot het ze, opeens, toont in hun hoge staat. Ik voelde me een geluksvogel. Zomaar in de zon, domweg gelukkig op een veerpontje bij Akersloot over het Noord-Hollands Kanaal. Maar nu terug naar dat gesprek. We bespraken een boek van de overleden theologe Kune Biezeveld. Zij schreef dat boek voor een deel met de dood op haar hielen. Zij, een door en door protestantse vrouw en belezen theoloog, maakt de lezer opmerkzaam op hoe veel moeite het protestantisme heeft om God in het alledaagse leven aan te wijzen, laat staan te ervaren. Ze legt in dat boek uit hoe dat komt. Protestanten zijn mensen die geloven in het woord en nergens anders in. Althans dat hebben zij zo geleerd. Want de natuur zegt niet echt iets over wie God is. Laat staan dat de natuur iets laat merken van Gods goedheid. Want natuur  is ook eten en gegeten worden. Daarenboven is het protestantisme de afdeling van de christelijke wereldkerk die altijd heel veel in de bijbel leest en gelooft dat daar en nergens anders alle waarheid en wijsheid te vinden zijn.

En diezelfde bijbel heeft het niet alleen over de ene God, maar evengoed over afgoden. Voortdurend bedriegt de schijn. Het gaat ook over de zonde die het menselijke kennen en weten verduistert en over de moeite die God moet doen om door te dringen tot het menselijke hart. Die taak om door te dringen is toebedeeld aan de profeten, juist: de mannen van het woord en vooral ook aan degene van wie de apostel Johannes schrijft dat in hem het woord vlees is geworden, de Christus. Voeg daarbij de 20e eeuw met het christelijke Europa waarin de fascistische bruinhemden die zich grotendeels ook christen noemden, als duivels tekeer gingen en je hebt als resultaat het ideale gedroomde protestantisme in al zijn onverzettelijkheid: alleen het woord van God en de voortdurende profetische kritiek op alles wat de mens denkt en doet, kunnen je bij het evangelie brengen. Kune Biezeveld voert in haar postuum uitgegeven boek vervolgens een doordacht en afgewogen pleidooi om minder bang te zijn voor de natuur en het zogenaamde heidendom en meer open te staan voor sporen van God in het leven van alledag. Het geloof is niet alleen uit het gehoor, er valt soms ook wel eens wat te zien. Aardig voorbeeld: waarom mag je niet in het ontwaken van de natuur in het voorjaar een vingerwijzing zien van waar het bij de opstanding om gaat? Pasen vindt niet voor niets in het voorjaar plaats, zoals Kerst niet bij toeval midden in de winternacht wordt gevierd. Ik was het al eens met haar, lang voor ik dit boek las en met mijn collega’s besprak. Ik ben daar ook veel lichtvoetiger en misschien wel lichtzinniger in dan de streng opgeleide en systematisch denkende theologe die Kune Biezeveld was. Maar ik heb bewondering voor de gedachte achter haar doorwrochte pleidooi. Want het gaat haar er uiteindelijk om het contact met God niet kwijt te raken. Stap je een rooms-katholieke kerk of oosters-orthodoxe kerk binnen, dan valt daar genoeg te zien en te ruiken. Het geloof wordt in die kerken als een mysterie geëtaleerd. Het heilige grenst aan het profane en een gewoon mens kan rustig heen en weer lopen tussen het één en het ander. Dat is volslagen anders bij protestanten. Die zijn in staat, als je even niet oplet, om de hele wereld als van God los voor te stellen en vervolgens lange preken te houden en moeilijke boeken te schrijven over hoe je God toch weer wel in de wereld kunt vinden. Protestanten zijn voortdurend bang dat je voor God verkoopt wat niet van God is.

Ach, dit ging allemaal door me heen in die vijf minuten op dat veerpontje dat voer van oost naar west. Veel dominees zoals ik zijn te vergelijken met een fluitiste en een hoboïst in het Concertgebouworkest. Deze musici gaan dagelijks om met de mooiste klassieke muziek en kunnen zich eigenlijk niet voorstellen dat er mensen bestaan die weinig van een toccata van Bach of een serenade van Mozart begrijpen. Dominees lijken een beetje op die musici. Zij staan er ook niet zo gauw bij stil dat veel mensen niet weten waar je het over hebt als je het over God hebt. En wat dan voor veel mensen, binnen en buiten de kerk, als vanzelfsprekend bij het leven hoort, dat God soms niet ver weg is en dat je hem dankt bij geluk en onbegrijpelijk vindt bij ongeluk, dat is voor dominees niet te volgen. Want die hebben als protestantse theologen geleerd om voortdurend na te denken. Zij zijn namelijk dienaren van het goddelijke woord. En dat luistert nauw, zoals u inmiddels begrijpt. Tot bij één van hen het denken even stopt, omdat hij op een pontje ergens in Noord-Holland wordt overvallen door de warme stralen van de voorjaarszon.

(dit is een lichte bewerking van Een Goed Begin van 5 april 2009)

Terug naar overzicht…

Tweets van Aart Mak

Diensten Dorpskerk Bloemendaal

lees meer