Stervende zwaan

Door Aart Mak

Op een uitvaart vorige maand, waar we bijeen waren rond het dode lichaam van een zestigjarige vrouw, geveld door kanker, veel te jong, altijd levenslustig, een beetje anders te midden van haar gewone broers en zussen, een krekel te midden van de mieren zoals haar allang overleden vader altijd zei, heb ik een gedicht van mijn collega Christien Crouwel gelezen, puur op intuïtie. Dat gedicht gaat over een zwaan met bloed aan haar zijde, zo te zien zwaar gewond. De dichteres ziet hem en denkt dat hij zal sterven. En dan.. maar laat ik het gedicht getiteld Zwaan in z’n geheel nu lezen:

‘t Was vroeg in het voorjaar, ik liep langs een ven
op een plek waar ik meestal de enige ben.
Er lag nog wat rijp, de lucht was nog kil,
toen zag ik die zwaan, zo statig en stil.

Hij dreef op het water dat donker en doods
hem spiegelend weergaf: sneeuwwit en groots.
Ik bleef naar hem kijken en hij keek naar mij,
maar toen viel mijn blik op zijn bloedende zij.

Hij moest zich aan prikkeldraad hebben verwond,
of anders aan doornen, de beet van een hond…
Ik stond daar te wachten, wist niet wat te doen
en dacht dat de zw
aan spoedig sterven zou, toen

Hij plotseling oprees. Met machtig geluid
sloeg hij zijn vleuge
ls klapwiekend uit.
Ontsteeg aan het wa
ter, verdween uit het zicht
Omhoog naar de hemel, omgeven door licht.

U kunt dit gedicht teruglezen in het boekje Ik mis je, uitgegeven door het maandblad Open Deur. Voor 4,50 euro vindt u daarin andere gedichten, verhalen en teksten terug, die alle gaan over rouw en verlangen.

In alle terneerdrukkende en hier en daar ook opbeurende berichten van alledag, zijn we wel in weken verzeild geraakt waarin veel mensen sterven. Ik merk het met mijn collega’s van MomenTaal, ik hoor het van mensen werkzaam in uitvaartbedrijven. Het zal te maken hebben met de winter die wel erg lang duurt en de griep die, venijnig en langdurig, meer dan in andere jaren huishoudt. Niet ieder staat op van zijn ziekbed. Niet allemaal herstellen we van de aanvallen die een menselijk lichaam elke dag te verduren heeft zonder dat wij dat merken. Ik besef ook, met dat ik dit zeg, dat allerlei andere oorzaken waardoor mensen te vroeg sterven, in dit deel van de wereld ver weg zijn. Denk aan de opnieuw dreigende hongersnood in Zuid-Soedan, de alsmaar doorgaande bombardementen in de Syrische regio Oost-Ghouta waar kinderen hopen dat ze in de hemel komen omdat ze daar tenminste te eten hebben en, om nog maar iets te noemen, Venezuela waar door de desastreuze politiek van Maduro een rijk land geruïneerd wordt en mensen geen goed voedsel en de nodige medicijnen meer kunnen kopen. Maar daar of hier, de dood waart overal rond en wordt soms onthaald als een verlosser en vaker betrapt als een inbreker in de nacht.

In de tijd die ons nog scheidt van het Paasfeest, nu ongeveer drie weken, is er altijd dat zeurderige en pijnlijke adagium dat de dood het leven zinloos maakt. Het is ook geen doen. De eerste helft van je leven verlang je. De tweede helft mis je. Vaag bekende mensen verdwijnen per advertentie. Je geliefden ontvallen je één voor één, als je zelf heel oud wordt. Geestelijk moeten we vechten om overeind te blijven en het verhaal van hoop en van liefde door te geven aan degenen die na ons zijn geboren. Een jongen van 14 in het Friese Katlijk stak zijn beide ouders dood. Dat moge te bizar zijn voor woorden, het is wel een signaal dat leven altijd oploopt met zijn schaduw die we dood noemen. Ooit een keer in je leven verdwijnt de onschuld. En dan, nog weer later, dringt het besef tot je door dat ook jij zult sterven en dat ooit ook voor jou mensen zullen samenkomen om jou de laatste eer te bewijzen.

Maar die zwaan in dat gedicht. Je dacht dat hij zou sterven. Maar klapwiekend rijst hij op, hij verheft zich uit het water dat al bijna zijn graf werd en verdwijnt uit het zicht, omhoog naar de hemel, omgeven door licht. Mooie taal. Alsof Pasen toch niet ver weg is. Wij zijn niet gedoemd om dood te gaan, maar bestemd om te leven. En omdat leven niet bestaat zonder de dood, zal de dood ons deel zijn, maar niet als laatste cadeau uit de hoge hoed. De zwaan als symbool van de opstanding uit de doden, als de van god gegeven mogelijkheid dat wij, dodelijk gewond en tot niets meer in staat, zullen leven. Het woord ‘wond’ loopt stilletjes over in het woord’ wonder’.

 

 

 

 

 

Terug naar overzicht…

Tweets van Aart Mak

Diensten Dorpskerk Bloemendaal

lees meer