Alleen dat het gegeven is...

Door Aart Mak

Afgelopen vrijdag stonden we met MomenTaal met een kraam in het winkelcentrum van de wijk Schalkwijk in Haarlem. Het was een kraam te midden van de vele van zorginstellingen en hulpverleners bij de lastige en moeilijke bochten van de rivier die leven heet. Wat ik deed is wat ik vaker doe dank zij een lumineus idee van een collega: ik stap met een gedicht op willekeurige mensen af. ‘Mag ik u een gedicht aanbieden?’ En negen van de tien mensen zeggen ja. Op een avond in Akendam, een grote begraafplaats in Haarlem-Noord, ging ik nog een stap verder: ‘Mag ik een gedicht voor u lezen?’ Ook toen zeiden de meeste mensen ‘ja’ en sommigen zelfs ‘ja, graag!’ Dat deed ik nu niet. Ging me iets te ver. De voorbijgangers kwamen net de Zeeman uit of waren onderweg om een broodje haring te kopen. Ik was er namelijk tussen 11 en 1 uur. Etenstijd. Waarom ik dit vertel, is omdat het mij opnieuw verbaast met hoeveel mensen ik dan zomaar sta te praten. En binnen twee of drie minuten hoor ik van verdriet en ongeluk, van ziekte en dood. Geen huis zonder kruis, zeiden onze voorouders. Ik vond het, veel jonger dan de 65 levensjaren die ik aan het naderen ben, altijd zwaar overdreven en rijkelijk aan de sombere kant. Maar het is dus wel waar. En dan is het gedicht een opstapje naar een gesprek over leven en dood en hoe je dat nu doet. En de een begint over bidden. En een ander vertelt over familie die bijna vijfenzeventig jaar geleden werd uitgemoord in de Duitse kampen. En weer een ander vertelt over een man die pas is overleden. Die man was zijn vader, maar hij had hem nooit ontmoet. Op zijn vierde jaar was hij het huis uit gezet omdat hij te veel leek op zijn eerder overleden broertje. Verhalen, verhalen…

De avond daarvoor was ik nog in Ede geweest. Ik ben nu toch aan het vertellen, dus vooruit maar. Daar hadden ze me gevraagd om te vertellen over een uitspraak die ik eens heb gedaan: dat we in de moderne tijd de ziel zijn kwijt geraakt. Vroeger had ik elke week zo’n avond ergens in het land. Nieuwe mensen ontmoeten, laat thuis komen, de volgende dag weer hurry-up aan de slag. Ik vond het op zeker moment na zovele uitstapjes welletjes en ik word voor mijn passieve houding beloond met nog nauwelijks uitnodigingen om op een doordeweekse avond te spreken ergens. Maar het beviel mij wel weer donderdagavond. De actualiteit en de tijdgeest vragen om tegenwicht. Ik merkte dat zo’n veertig mensen gretig waren naar taal over de ziel, het zielenleven, de binnenkant van een mens, de innerlijke strijd die bij geestelijke groei hoort. En ook tabak hebben van de kortzichtigheid waarmee de moderne wetenschap en aanverwante medische en psychische zorg mensen benadert. Genoeg over te zeggen dus, veel om over na te denken, ook na afloop, in de trein terug naar huis.

Diezelfde donderdagmiddag had ik een uitvaart in het witte kerkje in Heiloo. Een volle kerk om met eerbied en liefde afscheid te nemen van een bijzondere man. Iemand die ik op Vlieland beter had leren, een volksjongen, een Amsterdammer die armoede en tegenslag had gekend maar nooit zijn humor en godsvertrouwen was kwijtgeraakt. Samen met zijn dochter en mijn collega van de protestantse gemeente van Heiloo hebben we hem zo goed als we konden nog even in het zonnetje gezet, soms hardop om hem gelachen, ook opnieuw verontwaardigd om hoe vaak hij met zijn veel te grote vertrouwen door mensen zakelijk in de maling was genomen en geroerd om hoe hij onverschilligheid nooit met haat maar altijd met liefde had beantwoord. Het was geen heilige, bij lange na niet, maar er zijn van die mensen die zonder dat ze het in de gaten hebben, door hun eenvoud het leven lichter, aangenamer en draaglijker maken. Zo iemand was hij.

Ik vertel u dit, terwijl ik in mijn letterlijke binnenkamer zit. Mijn kamertje boven op zolder. Met uitzicht op drie kerktorens in Haarlem. Van de streng orthodox katholieke Jozefkerk, van de Janskerk waar het stadsarchief van Haarlem zit en van de oude Bavo in de verte. Maar eens te meer realiseer ik me dat die kerken er wel mogen zijn, met hun herinnering aan lang vervlogen tijden en hun onmisbare bijdrage aan het silhouet van de stad, maar deze kerken niet meer dan decor zijn. Decor van wat mensen bezielt en hoe ze met hun besognes en vrolijkheden, hun hartstochten en hun angsten in het leven staan. Wij moeten praten. Met elkaar. In onszelf het gesprek aangaan. Niet bang zijn een vreemde aan te klampen. Onszelf en onze twijfels laten zien. Weg zien te blijven van stramme opvattingen die geen ruimte laten aan onzekerheid en twijfel. En mocht je het over God willen hebben, laat die dan niet ver weg, ergens in de hoge zijn, maar dichtbij, ongemerkt aanwezig. Er is veel meer dat voor elkaar vaak onbekende mensen met elkaar verbindt, veel meer dan we dachten. Niemand weet wat leven is, alleen dat het gegeven is…

Terug naar overzicht…

Tweets van Aart Mak

Diensten Dorpskerk Bloemendaal

lees meer