Wanjka en zijn schalmei

Door Aart Mak

Het nieuwe is er nu wel van af, vindt u niet? Ik bedoel het nieuwe van het nieuwe jaar. We zijn al drie weken onderweg. Een stevige storm die tientallen vrachtwagen deed kantelen, daken van huizen wegrukte en zelfs twee doden heeft gekost en, minder belangrijk dan het vorige maar toch, ook warempel een mast van de zender Radio Bloemendaal omver kreeg, blies de laatste restjes onschuld weg. Want dat is het vooral: onschuld gaat altijd gepaard aan nieuw. Een pas geboren kind, een nieuwe mens nota bene, houdt het nog het langste vol om die onschuld te bewaren. Zijn ouders leven wekenlang in een roze wolk, tenzij – en daar heb je het alweer, een onverwachte ziekte of zeerte, een ongeluk of pechgeval, een tegenvaller, financieel of wat niet al, zich aandient. Na de dagen van onschuld keren we terug naar de realiteit waarin we weer volledig verantwoordelijk zijn voor ons doen en laten en dus de kans lopen schuldig te worden aan wat we doen of juist hebben nagelaten. Na het tijdelijke paradijs van december is er het wakker worden in januari en je verbazen over de wind, de kou of de tijd waarover het donker van de nacht zich nog altijd uitstrekt. En natuurlijk zijn er ook de opbeurende berichten. In februari zullen de Zuid- en Noord-Koreanen samen optrekken tijdens de Olympische Winterspelen. De kans dat er in die tijd een raket met een kernbom in Pyongyang gelanceerd wordt, is nihil. En wie weet leidt deze hernieuwde kennismaking tot meer gesprekken over de historische demarcatielijn heen. Een vroege lente? Je weet maar nooit.

Maar nieuw is het jaar 2018 niet meer. Emiel Roemer nam op 17 januari afscheid van de Tweede Kamer. En daarmee heeft dit prille jaar politiek gezien al snel een flinke veer gelaten. Ik heb nooit op die man en zijn partij gestemd, maar ik luisterde of las altijd wel wat hij te zeggen had. Kamervoorzitter Arib typeerde Roemer als aardig, collegiaal, vrolijk en als een knokker met humor. Ze wees op zijn bijnaam 'de grote vriendelijke reus'. Volgens Arib schuilt achter de reus een uiterst gedreven man, die dag en nacht streed voor een betere en meer rechtvaardige samenleving. Mooie typering. Het herinnerde mij eraan hoe overdreven, venijnig en vooral bezorgd om hun ego veel politici zich in deze wereld presenteren. In Nederland valt het allemaal nog wel mee, maar ook hier, voorafgaande aan verkiezingen, zijn de scheldpartijen niet van de lucht. In het Witte Huis in Washington zit er tegenwoordig één die zichzelf zo belangrijk vindt dat ik me nog elke week de ogen uitwrijf van verbazing over wat hij nu weer heeft beweerd. Hij heeft nu prijzen uitgedeeld aan media, New York Times, Washington Post, vooral CNN en een handvol andere media, omdat ze zo goed zijn in wat hij fake news, valse berichtgeving, noemt. Het gebeurt allemaal in een democratie. Maar deze man opereert als een dictator die wat hem goed uitkomt de waarheid noemt.

Er is niets nieuws onder de zon, zegt de oude Prediker dan. Typisch zo’n schrijver die achteraf altijd gelijkt krijgt. Daarom zijn diens beschouwingen over het leven ook als een klein boekje opgenomen in de Bijbel. Er was nog lang enige strijd over het bijbelse gehalte van zijn opmerkingen. Maar uiteindelijk is het er toch van gekomen: hij is canoniek verklaard en dat betekent dat hij mag meezingen in het koor van de door de kerk aanvaarde schrijvers van de heilige schrift. Waarom ik hierop kom? Omdat ik me er vaker dan ooit op betrap te denken aan wat hij schreef. Ik begin een relativist te worden. Is dat een woord? Ik bedoel iemand die snel alles relativeert. ‘Het valt wel mee’ zeggen bij iets ergs. Maar ook het omgekeerde: ‘Dit enthousiasme zal snel weer bekoelen.’ Is het mijn eigen ouder worden dat dit veroorzaakt? Aan de andere kant bekruipt mij ook regelmatig de gedachte dat ik in een tijdmachine zou willen kruipen om daarin terug te gaan naar het jaar 2003, vijftien jaar geleden dus. Voor een deel opnieuw beginnen, bouwen aan iets nieuws en dan doorzetten, me niet laten afschrikken door structuren of laten inpalmen door allerlei kerkmensen en vooral niet bang zijn om meer voor de troepen uit te lopen. Dus zowel de relativering als het enthousiasme leven als twee zielen in mijn borst. Merkwaardig eigenlijk.

Het gaat er alleen wel om dat ik nu leef en dat ik het ermee moet doen. Zowel met mijzelf als met alles wat voorafging en wat deze tijd, het leven en ook mijn leven heeft gevormd tot wat het nu is. Onlangs nog leidde ik de uitvaartceremonie van een rijzige en sterke man die op zijn veertigste een ziekte kreeg waardoor hij niet meer stoer en stevig kon zijn. Hij heeft dat nooit kunnen verkroppen en kwijnde met het jaar verder weg tot hij tenslotte veel te jong stierf. Deze man, denk ik dan en daarom vertel ik het, heeft zich niet weten aan te passen. Hij koesterde een beeld van zichzelf en maakte zichzelf en zijn omgeving alsmaar ongelukkiger omdat hij vasthield aan dat imago. Leven is daarentegen het doen met wat er is. En dat vergt veel aanpassingsvermogen. En als nieuw niet meer nieuw voelt maar lijkt op het oude liedje, zou het kunnen zijn dat je iets over het hoofd ziet wat de oude Prediker wel aanwijst als altijd nieuw: je brood met vreugde eten, je wijn met een vrolijk hart drinken, altijd vrolijke kleren dragen, een feestelijke geur kiezen en genieten van het leven met degene die je bemint. Genieten dus. De grootste en moeilijkste les van het leven. En ik denk aan Slauerhoff die dichtte over Wanjka die Iwan heette: ‘O, mijn lieve,  mijn lustige, laat mij spelen, in de schaduw van mijn korte rustige vallei. Laat and’ren werken, sandalen maken of kerken, Wanjka heeft genoeg aan zijn schalmei.’

Terug naar overzicht…

Tweets van Aart Mak

Diensten Dorpskerk Bloemendaal

lees meer