Niet doen alsof die reformatie zo geweldig is

Door Aart Mak

Omdat we nog steeds in de maand leven waarin we vijfhonderd jaar Reformatie en dan vooral de doorbraak van Maarten Luther herdenken, wil ik in deze Binnenkamer daar nog wat gedachten aan wijden. Want het is niet alles goud wat er blinkt bij de kerken der reformatie. Ook daar is veel onheilig vuur de kerk binnen geslopen – terwijl dat onheilige vuur  juist de reden was dat ze niets meer moesten hebben van de Romeinse kerk. Dat was ook zo. Sommige pausen maakten van het Vaticaan een bordeel, bisschoppen regeerden als wereldse vorsten, het volk werd van alles wijs gemaakt – denk aan de aflaathandel en ook aan de vele relikwieën en opgeklopte verhalen die voor een schertsvertoning zorgden van waar het in geloof om zou moeten gaan. Maar mensen blijven mensen. In theorie ontwikkelden zowel Luther als Calvijn prachtige gedachten over gelijkwaardigheid, over het priesterschap van alle gelovigen en dat er geen priester, paus of instituut meer tussen de mens en God in mocht staan, de praktijk was toch wel weer anders. De boeren die in het toenmalige gebied dat nu Duitsland heet, eindelijk wel eens vrij wilden zijn en geen lijfeigene, kregen van Luther de pin op op de neus. Er werd door hem gekozen voor de macht van de landvorsten die dan weer mochten bepalen tot welk geloof hun onderdanen zich moesten bekennen. Gehoorzaamheid was geboden. En Calvijn schurkte in Geneve toch ook wel heel dicht tegen de overheid aan, waardoor de macht van die stad gebruikt werd om godsdienstige twisten te beslechten. Denk aan de openbare verbranding van Michaël Servet. En dan die duistere leer der predestinatie. Alsof alles, wat je ook deed, niets uitmaakte voor je eeuwig lot. Dus ja, die reformatie. Uiteindelijk was het mensenwerk.

Ik zal het iets persoonlijker maken. Dat hoort ook bij de formule van de binnenkamer. Ik ben dus zo ongeveer opgevoed in de kerk. Niet alleen omdat een aantal pastorieën waarin ik woonde, naast de kerk stonden, maar vooral omdat mijn vader voortdurend in al zijn verhalen en doen en laten de kerk het woonhuis binnenbracht. Ik herinner mij nog heel goed hoe hij leed onder de hete hoofden en koude harten van zijn kerkleden en met name de leden van de kerkenraad in het vissersdorp waar we vier jaar woonden. Volgens de regels der reformatie maakte hij als dominee deel uit van de kerkenraad, maar de ouderlingen hadden het opzicht over de gemeente en ook over hem en dus hadden zij de macht. En dan kun je honderd keer beweren dat we als gereformeerden of hervormden gelukkig geen bisschop hebben en helemaal niet zo’n paus in Rome, als je overgeleverd bent aan de ongeletterde en instinctief en reagerende mannen die de plaatselijke kerk wel eens zouden besturen, ben je ook in de aap gelogeerd. Ben je een academisch gevormd theoloog en zeg je naar eer en geweten – ik spreek over de jaren ’60 van de vorige eeuw -, wat er in eeuwen door theologen aan kennis is opgebouwd, word je aan de kant geschoven, omdat de goegemeente zeker weet dat het niet waar is.

Ik denk eigenlijk dat mijn vader te voorzichtig was om het zover te laten komen, maar hij heeft op eieren moeten lopen daar. Iemand die het wel durfde zeggen, Harry Kuitert, kreeg een onwaarschijnlijke hoeveelheid vuilspuiterij over zich heen. En uit eigen ervaring herinner ik mij genoeg oudere collega’s die schichtig en zenuwachtig hun ambt waren gaan uitoefenen, gezien alle botheid en stompzinnigheid die ze in hun gemeenten tegenkwamen. Ik wil maar zeggen. Toen ik nog niet zo lang geleden ergens opmerkte dat ik mijn geloof in diegene die wij God noemen nooit was kwijtgeraakt, maar wel mijn geloof in allerlei menselijke geloofsconstructies, bedoelde ik dit ook. Wijsheid en geestelijke diepgang laten zich moeilijk organiseren, maar dat is wel precies wat we nodig hebben voor een geestelijke instelling als een kerk. Ik weet zeker, ook uit eigen ervaring, dat er fantastische kerkenraadsleden zijn die allerlei aanbevelingen die in de bijbel staan maar tegelijk ook algemeen menselijk zijn, zich hebben eigen gemaakt. En zo zijn er ook altijd geweldige bisschoppen geweest en hebben we nu weer eens een wijze en uiterst barmhartige paus. Zeg dus nooit dat het aan de constructie ligt. Het gaat om iets anders dat bepaalt of iets wel of niet van waarde is.

In de andere tijden waarin we nu leven en waarin ik waarneem hoe een aantal goedwillende zestigers en zeventigers in steeds meer plaatselijke kerken de boel overeind proberen te houden, is er naar het lijkt geen sprake meer van onheilig vuur. Eerder is het de vraag of het vuurtje niet zal doven. Maar misschien is dit wel het oordeel dat over ons heen moet gaan. Ik hoor het mijn vader zeggen. Eerst maar weer eens terug naar hoe het allemaal begon. Kleine groepen, zonder macht maar wel vertrouwend op de Geest van Jezus. Dat lijkt de kerk van de toekomst. Nog een gedachte tenslotte. Ik denk dat heel veel gelovigen die zichzelf niet zo zien, gewoon los in het wild rondlopen, zonder kerk, zonder organisatie, zonder doopbewijs. Kerkverlating, om dat woord nu maar eens te gebruiken, is ook positief. Als je zelf mag lezen en nadenken en jij rechtstreeks in verbinding met God staat, zoals Luther en Calvijn altijd propageerden, moet je dat ook een keer doen en niet meer eindeloos op de wankele krukken van een kerkelijke organisatie blijven lopen. Dat is nu ook gaande. Mensen die zelf lopen, het leven inhaleren en zich graag laten verrassen.

Terug naar overzicht…

Tweets van Aart Mak

Diensten Dorpskerk Bloemendaal

lees meer