Voor een tijd een plaats van God

Door Aart Mak

Vroeger luisterden hij en zijn vrouw elke zondag nauwgezet naar de diensten van Kerk Zonder Grenzen. Het bijzondere aan hem was dat hij mijn preken ook op zijn computer uittikte. Het was voor hem een manier om zich meer bewust te worden van de woorden en de samenhang. Hij liet soms één van zijn al lang en breed volwassen kinderen meelezen, als het hem geraakt had of als hij vond dat ik iets zei wat hij altijd al had willen zeggen. Wij hadden zo nu en dan contact, een enkele keer zocht ik hem en zijn vrouw op in hun huis, vlakbij de Vrije Universiteit in Amsterdam Buitenveldert. Ik herinner mij goed dat één van zijn dochters besloot om zich aan te sluiten bij de remonstrantse kerk. Hij, gereformeerde man, volgde dat met grote belangstelling, juichte het toe en deelde met vreugde met mij de nieuwste remonstrantse geloofsbelijdenis. Dat was in 2006. We hadden er met elkaar een mooi en als vanouds vertrouwd gesprek over. Hij was behoorlijk onder de indruk van die geloofsbelijdenis en ik besefte dat deze 80-jarige een lange reis had gemaakt om de vrijheid van deze omschrijving van het geloof te kunnen be-amen. Voor u, luisteraar of lezer, laat ik na het kleine muzikale intermezzo volgen wat die nu meer dan tien jaar oude belijdenis behelst.

Ik citeer dus uit de moderne remonstrantse geloofsbelijdenis, hier en daar bekort: ‘Wij beseffen en aanvaarden dat wij onze rust niet vinden in de zekerheid van wat wij belijden, maar in verwondering over wat ons toevalt en geschonken wordt; dat wij onze bestemming niet vinden in onverschilligheid en hebzucht, maar in wakkerheid en verbondenheid met al wat leeft; dat ons bestaan niet voltooid wordt door wie we zijn en wat we hebben, maar door wat oneindig groter is dan wij kunnen bevatten. Door dit besef geleid, geloven wij in Gods Geest die al wat mensen scheidt te boven gaat en hen bezielt tot wat heilig is en goed, (..) wij geloven in Jezus, een van Geest vervulde mens, het gelaat van God dat ons aanziet en verontrust, (..) wij geloven in God, de Eeuwige, die ondoorgronde liefde is, de grond van het bestaan, (..), wij geloven dat wij zelf, zo zwak en feilbaar als wij zijn, geroepen worden om (..) kerk te zijn in het teken van de hoop. Want wij geloven in de toekomst van God en wereld, in een goddelijk geduld dat tijd schenkt om te leven en te sterven en om op te staan, in het koninkrijk dat is en komen zal, waar God voor eeuwig zijn zal: alles in allen. Aan God zij de lof en de eer in tijd en eeuwigheid. Amen’

In deze geloofsbelijdenis valt op hoe de mens voorop gaat, hoe een lans wordt gebroken voor het besef van mysterie en verwondering: ‘ons bestaan is oneindig groter is dan wij kunnen bevatten’ en hoe de Geest voert naar Jezus en die weer naar God. Heel anders dan de klassieke volgorde en ook nog eens uitdrukkelijk in alle voorlopigheid geformuleerd. En hier waren degene over wie ik het heb en ik ook van onder de indruk. Deze week sprak ik hem weer. Hij woont nu met zijn vrouw ergens in het midden van het land, dicht bij hun twee dochters. Hij is oud geworden, flink in de negentig, loopt niet meer, hoort slecht, maar het was een heerlijk bezoek, oude vrienden die elkaar weer zagen en spraken. Zijn vrouw, bijna zo oud als hij maar met haar tengere gestalte nog lenig en beweeglijk, straalde een en al blijdschap uit. Eén van hun dochters was erbij en zag opnieuw wat ik al wist: ze heeft bijzondere ouders. Toen ik terugreed kwamen allerlei gedachten samen. Deze oude mensen woonden ooit vlakbij de VU waar ik mijn doctoraal heb gedaan, bij Kuitert, vorig jaar op 92-jarige leeftijd overleden. In de afgelopen week ben ik twee dagen met twaalf collega’s intensief bezig geweest met zijn erfenis, onder leiding van Rick Benjamins, één van de theologen in dit land die het meest weet van moderne en postmoderne theologie. We volgden in die tweedaagse de ontwikkeling van Kuitert. Hij staat bekend als een afbraaktheoloog, zeker ook onder de jonge generaties theologen die hem niet meer lezen. Maar wij zochten juist naar wat hij ontdekt had en doorgegeven heeft aan zijn tijdgenoten en volgende generaties. En dat lukte. Ik heb in elk geval veel geleerd, kennis die al jaren enigszins onaf met mij meereist is op z’n plaats gevallen en ik zie nu ook beter hoe je verder kunt na deze hoogleraar die ik enerzijds zo bewonderde en anderzijds voor een deel niet kon volgen.

Maar van zijn even verderop in Buitenveldert wonende generatiegenoot, degene die ik opzocht in Bilthoven, die op zijn manier ook alsmaar bezig was te wegen wat het geloof van zijn jeugd betekende voor hem, heb ik ook veel geleerd. Het niet voor zoete koek aannemen. Het blijven nadenken. Het altijd het gesprek met jonge mensen aangaan. Het overboord durven zetten van al die begrippen en woorden die vroeger zo belangrijk leken te zijn, maar hun functie totaal verloren hebben. En dan maar zien wat je overhoudt. Of je opnieuw toe-eigent. Misschien is wat je overhoudt zo weinig of zo veel als de zin dat ‘een mens voor een tijd een plaats van God is.’ Zo luidt de titel van het mooiste boek van Kuitert, een regel die hij weer ontleende aan een formidabel gedicht van Gerrit Achterberg. Deze zin lijkt sterkt op wat de remonstranten formuleren. En zoals mijn oude vriend wel vermoedt dat, als het over God gaat, er nog wel meer aan de hand is, is hij inmiddels ruimschoots tevreden als je de levenslange zoektocht naar God beëindigt met deze heldere gedachte: ik ben, zolang ik mag leven, net als al mijn kinderen en al mijn medemensen, voor een tijd een plaats van God.

Terug naar overzicht…

Tweets van Aart Mak

Diensten Dorpskerk Bloemendaal

lees meer