Vechten doe je niet met de kerst

Door Aart Mak

Het is bijna zover, Kerst 2017. Eerst de kerstnacht en dan aansluitend de twee kerstdagen. Overal, als ik het zo zie, doen christelijk gelovigen hun stinkende best om het feest laagdrempelig, vrolijk, diepgaand, duurzaam of sociaal te vieren. Maar het wrikt, schuurt, botst of vloekt op allerlei manieren met wat de westerse mensheid onder kerst verstaat. Over de grootste gemene deler geen kwaad woord. Het woord vrede ligt iedereen op de mond bestorven. Vechten doe je niet met de kerst. Dat was een eeuw geleden al zo, in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, dat is nog steeds het geval in de brandhaarden en politieke arena’s van de huidige wereld. Het, gemeten naar het wereldnieuws, onnozele ontslag van Bergkamp, Keizer en Spijkerman door de Ajax-directie voelt als iets dat je niet doet in deze dagen. In de laatste weken van december zet je elkaar niet af, voor schut of aan de dijk. Conflicten stel je uit. Je houdt vrede met elkaar. Op de vrijdag voor kerst ruim je je bureau leeg, je pakt je gereedschap in, je draait de deur van je dagelijkse routine op slot en je laat de lijst met alle lastige mensen en aangelegenheden een week of twee weken voor wat die is. Vechten doe je niet met de kerst.

Dat idee dat je niet aan vechten doet met de kerst, wordt natuurlijk gretig omarmd door het christendom. Alsof er toch nog wat terecht is gekomen van de boodschap van Jezus. Het valt dus wel mee met de maatschappij. Is die met de kerstdagen toch een beetje een samenleving. Maar ik zei het al eerder: het wrikt, schuurt, botst of vloekt op allerlei manieren met het oorspronkelijk verhaal van nota bene maar twee van de vier evangelisten en dan zijn die twee verhalen ook nog eens ingrijpend van elkaar verschillend. En dat christenen de geboorte van hun Christus vieren is ook niet vanaf het prille begin van onze jaartelling, zoals je zou verwachten, maar dateert dankzij een Romeinse keizer ergens in de vierde eeuw na Christus. Christenen vierden de doop van Jezus in de Jordaan en daarmee het begin van zijn roeping. Het baby’tje is niet interessant en alles wat de evangelisten Mattheus en Lucas daarover opschrijven, is wat met alle verhalen over godenzonen in die eeuwen gebeurde: ze moesten wel op wonderbaarlijke wijze geboren zijn. En toen die eerdergenoemde keizer bedacht dat zijn rijk gebaat was bij eenheid, in allerlei opzichten, ook religieus, besloot hij dat het zonnewendefeest maar iets christelijks moest worden. En dat was de geboorte van ons kerstfeest.

In feite werd dus zo’n zeventien eeuwen geleden een heidens feest gekerstend. Dat kerstenen, christelijk maken, deden christenen wel vaker. Tempeltjes van natuurgodinnen werden Mariakapelletjes. Hele families of zelfs volksstammen werden christelijk verklaard omdat een familiehoofd of stamoudste gedoopt werd. De christelijke sacramenten vervingen de oude rituelen. Maar wat je dus nu ziet, al veel langer dan vandaag, is dus een terugkeer van de tijd van voor het christendom. Kerst is weer een feest van het licht geworden. Het is een feest van warmte in de koude winternacht. We halen de altijd groene natuur in huis met een kerstboom en dennentakken. We eten meer en lekkerder dan anders om daarmee het leven te vieren, midden in een seizoen dat aan de dood herinnert. Denk aan de uitgebreide maaltijd na afloop van een begrafenis in het oosten van Nederland. En we geven elkaar cadeautjes om uit te drukken dat we graag met medemensen verbonden willen zijn. Alleen red je het immers niet, zeker niet in de winternacht. De Kerstman die maar niet in Nederland wil doorbreken, is een soort verhaspeling van Sint Nicolaas. Maar nog meer dan Sinterklaas is hij een soort wereldse goedheiligman die vanuit de kou van de noordpool, net als toen in de gedachtewereld van de oude Germanen, met zijn rendieren en arrenslee door de lucht rijdt. We zijn dus, historisch gezien, weer terug bij af en als je dan ook nog eens de toonzetting van dat eindejaarsfeest in handen van de commercie geeft, zijn het sentiment, de kitsch, de Coca Cola-kersttruck en de jengelige muziek niet van de lucht.

En toch houd ik van deze dagen. Het kopen van een boom, het versieren van het huis, het uitzoeken van de muziek, het boodschappen doen en lekker eten, de tijd die je neemt voor elkaar, het is allemaal wat mij betreft heel feestelijk. Maar met het kindje Jezus heeft het allemaal niet zo veel te maken. De christelijk gelovigen doen als gezegd wel hun stinkende best, maar elk jaar raak ik er nog weer sterker van overtuigd dat de christenen van de eerste generaties gelijk hadden. Jezus begint pas interessant te worden als hij zich zijn roeping bewust wordt (bij de doop door Johannes) en mensen gaat toespreken en uitdagen – kortom de boel in beweging zet, om te beginnen bij mensen van binnen. Dat feest, Epifanie, zou je op 6 januari kunnen vieren, zoals een deel van het christendom ook doet. Maar om nu weg te lopen bij 25 en 26 december is ook weer zo wat. Dan wordt het alleen nog maar 'All I want for Christmas' van Maria Carey zingen op de Grote Markt van Haarlem en niet meer in de kerk ernaast ‘Er is een roos ontloken uit barre wintergrond, een roos als bloed zo rood, God komt zijn volk bezoeken in ’t midden van de dood.’ Dus toch maar doorgaan en meedoen, zou ik zeggen en hier en daar wat tegenwicht bieden. Vechten doe je niet met de kerst.

Terug naar overzicht…

Tweets van Aart Mak

Diensten Dorpskerk Bloemendaal

lees meer