Rust

Door Aart Mak

Nu Haarlem per dag weer voller wordt met van vakantie terugkerende kinderen met hun ouders, zoek ik juist de rust. Het virus dat mij wekenlang verbaasd van vermoeidheid maakte, heeft merkbaar de aftocht geblazen. De energie keert terug en als ik terugreken, is dat na een kleine drie maanden. Ik bedenk dat het meestal verstandig is niet allereerst te denken dat een kwaal psychisch en dat het wel weer voorbij zal gaan. Soms zit er echt iets dwars, iets aanwijsbaar concreets, ergens in je lichaam. Ik denk aan mijn zoon die meer dan tien jaar dagelijks en vooral ’s nachts getorpedeerd werd door een chronische hoofdpijn. Alle deskundigen dachten dat het iets psychisch moest zijn. Een neuroloog wilde weten wat een MRI-scan van het binnenste van zijn hoofd zou laten zien. Nooit eerder was iemand op dat idee gekomen. Toen we ergens in 2009 de uitslag hoorden en er een waarschijnlijk goedaardige tumor zich midden in zijn hoofd genesteld bleek te hebben, was, gek genoeg, de opluchting van zijn gezicht te lezen. Er was iets aanwijsbaar concreets geconstateerd en niet iets vaag psychisch. In januari 2010 is hij in Leiden geopereerd door een hersenchirurg die daar met zijn team een hele dag over gedaan heeft. Toen mijn zoon ’s avonds wakker werd in de uitslaapkamer van het ziekenhuis en ik hem vroeg of hij pijn had, zei hij: ‘Nee, niet die pijn die jij bedoelt.’ Inmiddels is hij zeveneneenhalf jaar verder - de pijn is nooit meer teruggekomen - en heeft hij een enorme inhaalslag gemaakt na al die jaren waarin hij zich onwillig maar onmachtig moest terugtrekken in zijn binnenkamer. Zo gaan die dingen, tenminste als dit bestaan gegrond is op enige samenhang en logica. Niet elke dreiging eindigt in een catastrofe. Niet elke angst blijkt gegrond. Gelukkig maar. Vertrouwen op een goede afloop is geen slag in de lucht.

Ik zoek dus op dit moment de rust. Eerst noodgedwongen maar dit weekend en de komende week hoop ik er ook van te genieten. Het wordt mijn laatste vakantieweek deze zomer. Rust is trouwens iets dubbelzinnigs. Als je te ver bent gegaan in je bestaan vol stress en je stopt daar in één keer mee, valt de rust je niet zomaar toe. Integendeel. Wekenlang kan je hart onrustig doorblonken, gaan je gedachten met je op de loop, krimp je ineen bij elk onverwacht geluid, van een telefoon bijvoorbeeld. Als een elastiek heb je je te lang laten uitrekken. Je veerkracht is zoek. Je wilt nu alleen maar niets doen, niet denken ook, alleen maar slapen, eten en drinken. Dat is geen rust. Rust is een keuze. Rust is niet niets doen, maar juist iets doen, om niet altijd met hetzelfde bezig te zijn. Van drie uur spitten in je tuin knapt iemand die altijd alleen maar met zijn hoofd werkt meer op dan onderuitgezakt, half slapend naar Netflix kijken. En als je aan een nieuwe roman begint en je valt na drie bladzijden al in slaap, zegt dat niets over die roman maar alles over je opgebouwde slaapgebrek en je onrustig geworden geest die zich niet meer kan concentreren op slechts één ding. Ik spreek uit ervaring. Ik moet dan altijd aan dat verhaal over Maria en Martha denken, twee vrouwen bij wie Jezus uit Nazaret een keer zijn opwachting maakt. De een is druk in de weer met van alles, om het de gast maar naar de zin te maken. De ander gaat zitten en luistert. Mij lijkt het verhaal over deze twee zussen over de tegenstrijdigheden in één mens te gaan. Ik blijf haken bij de opmerking aan de druktemaker: ‘Martha, Martha, je maakt je bezorgd en druk over vele dingen, maar weinige zijn nodig, of eigenlijk slechts één.’ Intrigerende opmerking. U kunt hem nalezen aan het einde van het tiende hoofdstuk van het Lucas evangelie.

Mijn rust is vooral mijmeren, nadenken over mijzelf, mijn werk, mijn aandeel nu en in de toekomst. En ik doe dat terwijl ik de buitentrap aan het schuren en schilderen ben. Of mijn kleinzoon door de vrolijke straten van de Amsterdamse Pijp rondrijd. Of door op te ruimen, het huis, de zolder, mijn werkkamer, mijn computerbestanden, de dingen die ik bewaarde voor een moment dat bij nader inzien nooit aanbrak. Ik behoor soms al bijna en soms nog lang niet tot de oudere mensen en realiseer me sterker dan ooit dat de dingen voorbijgaan, om nu maar de titel van het melancholische boek van Louis Couperus in de mond te nemen. Van de verzamelaar van veel in zijn eerste levenshelft, kan de mens in mijn waarneming, een fijnproever worden die zich ook nog eens realiseert dat iets des te fijner proeft als het unieke van dat ogenblik en de onmogelijkheid van de herhaling van dat moment, tot je doordringen. Die waarneming en dat hele proces van geestelijk ouder worden, kan zich alleen in rust afspelen. Want eerst moet je – en dat geldt zeker voor mensen met een vergelijkbaar karakter of achtergrond als ik – als een Abraham wegtrekken uit de bekende wereld waarin je als een goed getrainde alleskunner zorgde dat alle stokken met daarboven draaiende borden bleven bewegen. Elk bord dat stuk viel voelde als een nederlaag. De dwaasheid! En zo heb ik van de nood maar een deugd, van een virus een medicijn gemaakt. Wie de ruimte zoekt, zoals ik altijd deed, moet bereid zijn die ruimte leeg te laten. En vertrouwen dat die leegte nodig is. Alsof de man van Nazaret ook bij mij zijn opwachting maakt…       

Terug naar overzicht…

Tweets van Aart Mak

Diensten Dorpskerk Bloemendaal

lees meer