Over de hitte en hoe alles (toch) met elkaar samenhangt

Door Aart Mak

De on-Nederlandse hitte van de laatste dagen roept allerlei gedachten in mij wakker.

Mij schiet onmiddellijk de sfeer van sommige boeken te binnen die ik ooit las. De vrouw in het zand van Kobo Abé. Of De pest van Albert Camus. Boeken die je jong leest, maken veel indruk, vooral door de sfeer die ze oproepen. En dat was hitte, zo’n hitte waarbij geen wind is en de lucht trilt, een hitte met een eigen soort stilte. En ik realiseer me ook dat het boek waaruit ik bijna wekelijks vertel, ook heel wat scenes bevat waarin de hitte haast hoorbaar is in de woorden. Dat de mens stof is en tot stof zal weerkeren, weten we allemaal, maar op zo’n gedachte kom je uit jezelf pas als je leeft in een klimaat waar het stof voortdurend opwolkt, bezit neemt van je kleding en zich elke dag vermengt met het zweet op je huid. De stekende zon wordt in een psalm bedreigend genoemd, het gebrek aan water schijnt de mensen van toen te hebben aangekleefd. Het dagelijkse gezwoeg waar de Prediker over spreekt, kan niet begrepen worden zonder je het eindeloze zeulen van waterkruiken door vrouwen en het schraperige schoffelen van mannen op uitgedroogde rotsige grond, voor te stellen.

En dan is er natuurlijk nog eens het woord woestijn. De woestijn staat voor het heetste, meest dorre landschap op aarde. Naar men zegt zijn het jodendom en de Islam in de woestijn ontstaan. Het christendom ontstond in de steden van de Romeinse beschaving maar daar waren heel wat reizen langs stoffige, hete wegen voor nodig. Alsof alleen de hitte en het gebrek aan water, het dagelijkse stof en het verlangen naar vruchtbare dalen, kunnen leiden tot een godsbegrip dat levende werkelijkheid wordt in de harten van de gelovigen. Overvloed aan water en vette zeeklei leiden blijkbaar niet tot een verlangend geloof. Waarom zou je ook? Als niets je ontbreekt en je alles kunt verbouwen wat je maag begeert te eten, hoeft er geen hemel te zijn om aan te vullen wat de aarde ontbreekt, zou je kunnen zeggen. De Nederlandse godsdienstigheid, in tijden ontstaan dat geloven in God vanzelfsprekend was en je er zelfs je identiteit mee kon vormgeven – denk aan ons volkslied -, is van de weeromstuit (mooi woord) net zo gematigd geworden als de klimaatzone waar dit land zich bevindt. Of hangt godsdienstige tolerantie niet samen met de dagelijkse temperatuur? Dat lijkt mij een wankele stellingname. Dan zouden de eeuwig durende godsdiensttwisten van het Midden-Oosten te herleiden zijn tot de zon die maar van geen ophouden weet en mensen dagelijks bijna in brand zet.

Deze zondag zal ik in de altijd gastvrije gemeente van Kudelstaart weer eens voorgaan. Ik besloot, toen het zweet mij op mijn werkkamer op de rug stond, het te hebben over droogte. Daar zijn nogal wat verhalen over in dat oude boek. En het zou geen profetisch boek zijn als er niet onmiddellijk een profeet klaar staat om de verzendende droogte die daar niet een paar weken maar maanden duurt, aan te merken als een Godsoordeel. Niets gebeurt zomaar. De mensen hebben iets verkeerds gedaan. Maar achter dat mythische wereldbeeld waarin alles met elkaar samenhangt en de mens zich voortdurend tegenover iemand die ze de Heer noemen, dient te verantwoorden, kan ik niet meer staan, helemaal als het wisselvallige weer als een instrument in Gods hand wordt gezien. Ik betrapte mij op grote vervreemding toen ik las dat de huidige voorzitter van de PKN een regen-gebed aanbiedt aan de bij de PKN aangesloten gemeenten. Dat ze in het Reformatorisch Dagblad de laatste week op een biddag aandringen, begrijp ik, het zijn daar wat ik noem premoderne kringen. Maar ook in de kerk waaraan ik verbonden ben? Gaan we God nu weer overal bij halen? Wie is God dan? Dan heb ik het liever over de kunst om te leven, ook als je door de hitte niet weet waar je het zoeken moet. En vooruit, ook in mij schuilt een profeetje, over dat we niet moeten piepen als ons menselijk gesol met natuur en milieu leidt tot ingrijpende klimaatveranderingen waar we nu wie weet een voorproefje van hadden. In plaats van te bidden of God het hier wil laten regenen, zou ik liever hardop willen nadenken over wat de meesten van ons weerhoudt om het vliegtuig naar verre stranden te mijden en het vlees van gemaltraiteerde dieren niet meer te willen eten. Dat lijkt mij meer te passen bij de huidige tijd waarin we moeten ‘leven alsof God niet bestaat’ (ik citeer nu Bonhoeffer). En dus met des te meer door wetenschap gefundeerde eigen verantwoordelijkheid van mensen. Want die samenhang is er...

Terug naar overzicht…

Tweets van Aart Mak

Diensten Dorpskerk Bloemendaal

lees meer