Humor

Door Aart Mak

Deze week weer eens een hele avond zitten luisteren naar Maarten van Rossem. Dat was in Utrecht en hij had het over de grote technisch-industriële veranderingen van de twintigste eeuw. De bijna 75-jarige Maarten doet me soms denken aan Godfried Bomans. Beiden humoristisch, met een grote behoefte om commentaar te geven op wat er in de samenleving speelt en beiden zich als een vis in het water voelend als ze vragen en commentaar uit het publiek krijgen. Denk aan het programma Kopstukken lang geleden waar Bomans op een bij vlagen hilarische manier allerlei merkwaardige en vaak oubollige vragen beantwoordt. Van de slechts 58 jaar geworden Bomans wordt wel gezegd dat zijn vele publieke optredens ervoor gezorgd hebben dat zijn schrijverstalent zich niet echt ontwikkeld heeft. Hij werd meer een meer een entertainer en daarmee ook een speelbal van zijn publiek; uiteindelijk zouden de in grote angst en verlatenheid doorgebrachte dagen op het onbewoonde eiland Rottumerplaat hem onder de huid zijn gekropen. Wie zal zeggen waarom een mens te vroeg overlijdt?

Maar voor Maarten van Rossem is Theater Tivoli in Utrecht al op een avond in oktober dit jaar gereserveerd. Met een zaal vol mensen gaat hij daar zijn 75e geboortedag vieren, desnoods, zoals hij zelf zegt, met een mooie terugblik op zijn leven, mocht hij dan niet meer onder ons zijn. Maarten koketteert namelijk regelmatig met het ouder worden en sneert op de maniakale gezondheidscultuur van de huidige tijd. Als ‘grumpy old man’ laat hij zich daarentegen graag omgeven door een ploeg jonge mensen die hem als een soort merk aan de man brengen. Denk dan vooral aan het tijdschrift Maarten!, zijn naam dus voorzien van een uitroepteken. Maarten wordt gepresenteerd als ’s lands bekendste historicus en Amerika-deskundige en ook door zijn stoïcijnse en droog-humoristische optreden in het tv-programma De slimste mens is wel duidelijk dat Maarten van Rossem in dit lage land een beetje ‘onze Maarten’ is geworden. Ik heb hem ook wel eens in een tv-programma samen met zijn zus en broer zien rond sjokken door een of ander oud stadje in Nederland en ook dat heeft dezelfde mix van informatie en humor, nu versterkt door twee familieleden die onze Maarten nog meer aaibaar maken. Het kan niet Nederlandser!

Intussen kan Van Rossem je haarfijn uitleggen waarom de Wehrmacht, het Duitse leger, eind jaren ’30 het beste leger ter wereld was (‘zie hoe ze Frankrijk in mei 1940 volgens het boekje oprolden’), en in één moeite door legt hij uit wat de T-Ford in Amerika te maken heeft met de latere Volkswagen in Duitsland. En dat er tussen die twee auto’s meer overeenkomsten zijn dan alleen dat Henri Ford net als Adolf Hitler een overtuigde antisemiet was. Waarna hij smakelijk vertelt over de Citroën 2CV, de Franse auto voor de gewone man, vooral voor het Franse boertje dat zijn eieren zonder te breken naar de markt wilde brengen en dan opmerkt dat deze Lelijke Eend in tegenstelling tot moderne auto’s geen kreukelzone had. Hij valt even stil om dan te hervatten: ‘Nee, de bestuurder zelf was de kreukelzone.’ De zaal barst in lachen uit. En dat gebeurt dus regelmatig als Van Rossem aan het woord is. Door zijn vaak gebruikte hyperbolen – overdrijvingen -, aanduidingen van mensen als halvegare of halvezool, zijn terloopse uitweidingen over de machthebbers van deze wereld, zijn dedain voor de moderne tijd en zijn koketteren met vroeger, is Van Rossem van lieverlee de knuffelbeer van het Nederlandse publiek geworden, bedenk ik. Hij is de wetenschapper die het gebruik van het boerenverstand stimuleert. Hij is de man die, als hij uit zijn rijke kennis van de geschiedenis put, vaak terugvalt op de Hollandse uitdrukking ‘Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg.’ En daar is hij dus zelf het sprekende voorbeeld van.

Waarom ik dit allemaal vertel in deze binnenkamer? Omdat ik er bij was en het mij altijd fascineert als er heel veel mensen op iemand afkomen. Wat zoeken die mensen? Ook heb ik altijd simpele vragen als de vraag, ik noem nu iemand anders, wat André van Duin zo goed maakt. Van Duin kreeg eind juni de Ere Zilveren Nipkowschijf, een grote en terechte onderscheiding. Bomans, van Rossem en van Duin hebben alle drie humor. En met name Van Rossem durft te zeggen wat hij vindt. Als één je kan vertellen waarom het populisme van tegenwoordig zo’n verfoeilijke politieke onderstroom is, dan moet je bij Maarten zijn. Hij legt je dat haarfijn uit, terwijl hij zelf goed beschouwd ook iemand van het volk is, of dat in elk geval wil zijn. Misschien dat dominees, bedenk ik tenslotte, mensen die eeuwenlang het patent hadden om aan het volk uit te leggen hoe het zit, vooral door de mand zijn gevallen omdat het zo zonder humor was. Bovendien zijn het, een enkeling uitgezonderd, mannen zoals ik en tegenwoordig ook vrouwen die antwoorden geven op vragen die bijna niemand nog stelt en een voorstelling van zaken geven alsof er weinig deugt van wat mensen uit zichzelf heus wel weten. Na de ernst van de zonde kwam de ernst van het maatschappelijk onrecht. En nu doet de kerk alsof zij iets heeft wat niemand anders heeft. Terwijl mensen echt niet te beroerd zijn op iemand af te komen die echt wat te vertellen heeft. Misschien wordt er ergens dan op zondagmorgen wel gelachen…

 

Terug naar overzicht…

Tweets van Aart Mak

Diensten Dorpskerk Bloemendaal

lees meer